Copyright Qode Interactive 2016

Uncategorized

Met deze blog wil ik aangeven dat mediation meer is dan alleen maar goed luisteren. Veel mensen denken namelijk dat een mediator vooral luistert en dat de partijen het probleem uiteindelijk zelf mogen oplossen. Nu is het inderdaad zo dat de betrokkenen het conflict zelf moeten oplossen, de mediator geeft geen oplossingen, maar de kracht van een goede mediator is om partijen zelf op zoek te laten gaan naar het daadwerkelijke onderliggende probleem van de betrokkenen. Dus niet slechts het probleem waar ze voor bij de mediator komen moet worden opgelost (bijvoorbeeld grasmaaien op zondag door de buurman of het niet betalen van de kinderalimentatie door de ex-partner), maar misschien is het probleem wel veel groter (bijvoorbeeld zondagsrust ivm geloof en geen vertrouwen dat de ex-partner de kinderalimentatie ook daadwerkelijk ten behoeve van de kinderen gebruikt). De manier waarop de mediator hierachter komt is onder andere door het stellen van de juiste vragen op het juiste moment, ruimte laten voor emoties, de structuur van het gesprek heel goed in de gaten houden, altijd respectvol zijn naar de betrokkenen en misschien wel het belangrijkst, altijd onpartijdig en zonder oordeel blijven. Zodra partijen het gevoel hebben dat je de kant voor één persoon kiest (dat is niet alleen dmv woorden, maar bijvoorbeeld ook omdat je de ene partij net teveel tijd geeft voor zijn of haar verhaal in vergelijking met de andere partij; of dat je net teveel aandacht geeft aan de ene partij tov de andere partij), zullen de betrokkenen nooit al hun gevoelens en emoties op tafel leggen zodat het onderliggende probleem nooit naar voren komt. Het is daarom van belang, hoe vreemd het ook klinkt, om regelmatig degene aan te kijken die niet aan het woord is. Dit gaat recht in tegen je gevoel, maar is zo belangrijk om als mediator partijen het gevoel te geven dat ze net zo belangrijk zijn. Als je als mediator hiertoe in staat bent, kan je stellen dat je het vak mediation goed verstaat....

De laatste tijd kom ik steeds meer zaken tegen waarin er sprake is van privacyschending door de werkgever. Blijkbaar laten werkgevers zich enerzijds teveel meeslepen in alle emoties (werknemer heeft niet altijd voldoende gepresteerd, maar wel voldoende om niet ontslagen te worden. Werkgever ‘slaat terug’ door net iets teveel privézaken mbt de desbetreffende werknemer naar buiten te brengen), anderzijds zijn zij misschien niet op de hoogte van wat wel en niet mag. Wat betreft het laatste, als een werkgever persoonlijke omstandigheden van een werknemer naar buiten brengt, bijvoorbeeld op een vergadering en/of via een nieuwsbrief, dan worden in ieder geval 2 wettelijke bepalingen overtreden. Ten eerste wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), voor 25 mei 2018 was dit de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), geschonden. Het is op grond van de AVG verboden om bijzondere persoonsgegevens van een werknemer openbaar te maken, zonder dat de werkgever hier een zwaarwegend belang bij heeft. Is het bijvoorbeeld voor de veiligheid van de andere werknemers van belang dat bepaalde persoonsgegevens van de desbetreffende werknemer openbaar worden gemaakt, dan mag dit wel. Ten tweede wordt artikel 7:611 BW geschonden als de werkgever persoonlijke gegevens van de werknemer naar buiten brengt. Dit artikel houdt namelijk in dat een werkgever zich als een goed werkgever hoort te gedragen. Dat betekent derhalve dat een werkgever de persoonlijke levenssfeer van een werknemer hoort te eerbiedigen. Door persoonlijke gegevens openbaar te maken schendt de werkgever deze verplichting van goed werkgeverschap en kan er dus schadevergoeding worden geëist op grond van wanprestatie. Wat de hoogte is van deze schadevergoeding is natuurlijk moeilijk te bepalen, maar op het moment dat de werkgever persoonlijke gegevens naar buiten brengt, had hij van tevoren kunnen weten dat dit veel materiële schade voor de werknemer (werknemer durft zich niet meer op de werkvloer te vertonen waardoor hij zich hier niet prettig voelt en een ontslag vrij reëel is) veroorzaakt, maar ook immateriële schade. De desbetreffende werknemer voelt zich niet prettig om over straat te lopen of ergens in de buurt te komen, omdat deze weet dat men bepaalde persoonlijke gegevens over de werknemer weet. Het feit dat de werkgever dit had kunnen weten wordt hem zwaar aangerekend en de kans op een forse boete is dan ook aanwezig. Werkgevers moeten dus zeer goed opletten alvorens ze bepaalde privégegevens van een werknemer openbaar maken.    ...

Je ziet helaas steeds meer dat burgers aan de onderkant van de samenleving heel moeilijk juridische hulp kunnen krijgen, terwijl juist zij die nodig hebben. Natuurlijk zijn er maatschappelijk werkers die deze doelgroep kunnen helpen, maar ten eerste hebben deze maatschappelijke werkers lang niet altijd een juridische achtergrond en ten tweede is de vraag veel groter dan het aanbod. Iemand die bijvoorbeeld enorm in de schulden zit, heeft misschien wel recht op kwijtschelding(en), betalingsregeling(en) of in zeer schrijnende gevallen op schuldsanering. Dan kan je als belanghebbende hulp vragen bij de gemeente, die dan weer maatschappelijk werkers of andere instanties inschakelen om deze persoon te helpen. Of iemand die in een bijstandsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering zit, weet ook niet altijd goed alle rechten of plichten, waardoor er misschien een korting of boete dreigt aan te komen. Deze persoon is dan zeker gebaat bij enige hulp of voorlichting. Maar vaak moet je dan al in een bepaald traject zitten om hulp te krijgen. Je moet aan  bepaalde voorwaarden voldoen (hoogte inkomen, hoogte vermogen, etc.) en vaak sta je ook nog op een wachtlijst. Bovendien kan de gemeente je lang niet altijd (juridisch) helpen, moeten ze volgens bepaalde procedures handelen en spreken ze niet altijd de taal van de doelgroep. Toch is de gemeente er wel bij gebaat als deze mensen geholpen worden. Hoe minder privé- en financiële problemen, hoe beter men zich voelt en des te sneller hij/zij weer aan het werk kan en ook wil. Dit scheelt een aanzienlijke besparing aan uitkeringen, kwijtscheldingen en eventuele bijzondere toeslagen. Als jurist die niet alleen de boven- en middenklasse bedient, maar ook de onderkant van de samenleving, kan ik dan ook zonder enige voorwaarden of termijnen, deze mensen voorzien van algemene voorlichting en individuele begeleiding. En juist dat laatste waarbij persoonlijke aandacht heel belangrijk is, kan deze persoon weer meer zelfvertrouwen geven. Omdat deze doelgroep financieel zelf niet in staat is om juridische hulp in te schakelen, immers, ook bij een pro deo advocaat betaal je al snel een eigen bijdrage van enkele honderden euro’s, is subsidie vanuit de gemeente natuurlijk de ideale oplossing. Op den duur bespaart dit kosten voor de gemeente en de betreffende burger kan per direct zonder voorwaarden of procedures worden geholpen....

Het zogenaamde ‘Slapend contract’ heeft vaak negatieve gevolgen voor de werknemer. Hier is tot nu toe naar mijn mening veel te weinig aan gedaan, terwijl dit toch al jaren aan de orde is. Je hoort er in de politiek ook vrij weinig over en het valt mij op dat er vanuit vakbonden en ondernemingsraden er relatief ook weinig geluiden komen tegen dit ‘Slapend contract’. Er is bijna sprake van een ‘Slapende discussie’. Nog even kort wat het ‘Slapend contract’ ook alweer inhoudt. Als werknemers (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken ontvangen ze een WIA-uitkering van het UWV. Als werkgevers het arbeidscontract met de arbeidsongeschikte werknemer dan beëindigen, behoren ze een ontslagvergoeding, de zogenaamde transitievergoeding, aan de werknemer in één keer te betalen. Om dit te voorkomen, laat de werkgever het arbeidscontract gewoon voortbestaan, zonder dat de werknemer hiervoor arbeid hoeft te verrichten (deze is immers arbeidsongeschikt) en zonder dat de werkgever loon hoeft te betalen (de werknemer ontvangt immers een WIA-uitkering). Het contract ‘slaapt’ als het ware. Het bestaat wel, maar wordt niet ten uitvoer gelegd. Het risico voor de werkgever is wel dat als de werknemer weer geschikt is om (gedeeltelijk) te werken, de werkgever verplicht is om mee te helpen aan de re-integratie en loon te gaan betalen; het contract bestaat immers nog. Echter, de werkgever durft dit risico wel te nemen want ten eerste is het nog maar de vraag of de werknemer later nog in staat blijkt om te werken, zeker bij oudere werknemers die tegen hun pensioen aanlopen.  Ten tweede weten heel veel werknemers dit niet. Als ze weer in staat zijn om te werken kloppen ze bij het UWV aan en niet bij hun ‘vorige’ werkgever. Althans, zij denken dat dit hun vorige werkgever is, maar omdat het arbeidscontract officieel nog doorloopt, zijn zij nog steeds hun werkgever. Mijn tip voor de werknemer die in een WIA-uitkering terechtkomt is dan ook, vraag de beëindigingsovereenkomst op bij je werkgever zodat je een ontslagvergoeding kan aanvragen. Geeft de werkgever die niet, eis dan salaris en hulp bij re-integratie van de werkgever voor het gedeelte dat je wel kan werken en kan je helemaal niet meer werken, eis dit dan zodra dit wel mogelijk is. Overigens treedt er vanaf volgend jaar april een nieuwe wet in werking die de ontslagvergoeding die de werkgever aan de arbeidsongeschikte werknemer uitkeert, compenseert. Met terugwerkende kracht wel te verstaan. Dat betekent dus dat als een werkgever nu betaalt, deze dit bedrag volgend jaar april terugkrijgt.  ...

Ik kom het in mijn werk maar al te vaak tegen, hoe vaak er onnodig hoge echtscheidingskosten worden gemaakt. Logisch, want in een dergelijke emotionele situatie kiest iedereen voor de eenvoudige weg en dat is de keuze voor een advocaat. Maar waarom zijn de echtscheidingskosten dan vaak onnodig te hoog? Ten eerste kiezen vaak beide partners voor een eigen advocaat, terwijl als ze het vaak toch eens zijn over de meeste zaken, je ook gezamenlijk voor één advocaat kan kiezen. Dit scheelt aanzienlijk in de kosten. Laat dan degene met het laagste inkomen de advocaat inhuren, want dan is er grote kans dat je er een van de overheid toegevoegd krijgt. Je betaalt dan een eenmalige eigen bijdrage en dus niet het uurtarief van een advocaat. Ten tweede gaan de partners vaak naar de rechtbank als de echtscheiding wordt uitgesproken. Als beide partners het toch eens zijn over de echtscheiding is het niet per sé nodig om naar de rechtbank te gaan. Ook dit scheelt weer een aanzienlijk bedrag aan rechterlijke kosten. Ten derde, en misschien wel de meeste interessante, kan heel veel voorwerk door een jurist worden gedaan. Zoals de gesprekken met de partners, het opstellen van het echtscheidingsconvenant en eventueel een ouderschapsplan, het onderhandelen over partneralimentatie, en ga zo maar door. Alleen het uurtarief van een jurist is gemiddeld ruim 2x zo laag als die van een advocaat, terwijl ze opgeleid zijn om dezelfde werkzaamheden te verrichten. Het enige is dat een jurist niet bevoegd is om de echtscheidingszaak bij de rechter te brengen. Daarom heeft een aantal juristen, waaronder De Juridische Mentor, goede afspraken met advocatenkantoren gemaakt, waarbij de jurist een kant en klaar dossier aan de advocaat levert. Het enige wat de advocaat dan nog hoeft te doen is even een kleine check of alles in het dossier zit en het vervolgens doorstuurt naar de rechter. De arbeidskosten die de advocaat hiervoor rekent zijn minimaal, waardoor de partners nauwelijks advocatenkosten kwijt zijn en alleen maar juristenkosten. En dit voor een juridische zaak waarbij een advocaat verplicht is. Zo is het bij De Juridische Mentor mogelijk om voor nog geen €1.200,- te scheiden, vanaf het eerste gesprek tot en met de officiële inschrijving in het handelsregister. Ga voor meer informatie naar www.dejuridischementor.nl.    ...